De 11 Gouden regels
1. Respect voor anderen staat voorop; we skaten met vertrouwen en houden ons aan de verkeersregels. De snelheid passen we aan de omstandigheden aan.
2. Vriendelijkheid en behulpzaamheid zijn essentieel. We helpen elkaar bij valpartijen, pech onderweg en gedragen ons netjes richting mede weggebruikers.
3. Veiligheid is een prioriteit. Het dragen van beschermende uitrusting, zoals een helm, polsbeschermers en verlichting, is daarom vanzelfsprekend.
4. Ongewenst en grensoverschrijdend gedrag, zoals discriminatie, intimidatie, pesten, seksuele toespelingen of geweld, wordt niet geaccepteerd – zowel tijdens als buiten het skaten.
5. Tijdens het skaten worden de afgesproken commando’s gebruikt om richtingveranderingen, remacties en obstakels aan te geven, met aandacht voor het niveau van mede-skaters.
6. Veiligheidskwesties worden bespreekbaar gemaakt, ook als dat lastig is. Er wordt met elkaar gesproken in plaats van over elkaar. We skaten altijd in een rechte lijn achter elkaar.
7. Iedereen heeft een eigen skateniveau, en dat wordt gerespecteerd. Voldoende afstand houden en plotselinge bewegingen in de groep vermijden draagt bij aan een veilige rit.
8. Zowel individuele verantwoordelijkheid als die voor de groep is belangrijk. Daarom skaten leden in een groep die aansluit bij hun niveau qua afstand en snelheid.
9. Goed kunnen remmen is essentieel voor veilig skaten in een groep. Daarom hebben alle leden een training gevolgd.
10. Op elkaar wachten en ervoor zorgen dat niemand achterblijft, is een vanzelfsprekendheid.
11. Tijdens tochten worden de aanwijzingen van de kopman/vrouw of wegkapiteins opgevolgd.